

In gesprek met Mandy Heeren

Schalkhaar 3 maart 2026
In aanloop naar onze twee geplande veteranenreizen in oktober 2023 hadden we intensief contact met Mandy Heeren.
Samen stemden we de bezoeken aan het hoofdkwartier in Naqoura zorgvuldig af.
Op 24 oktober zou zij ons daar ontvangen met koffie, een rondleiding en een gezamenlijke lunch — zoals dat ook bij eerdere reizen gebruikelijk was.
Op dat moment was Mandy in Naqoura gestationeerd als militair genderadviseur voor de United Nations Interim Force in Lebanon (UNIFIL).
Maar de gebeurtenissen in Israël op 7 oktober 2023 veranderden alles. Op dringend advies van de Nederlandse militair attaché in Beiroet moesten we beide groepsreizen annuleren. Dat besluit had grote impact. Voor veel deelnemers stonden de koffers al klaar. Na veertig jaar zouden zij eindelijk terugkeren naar Libanon — een reis vol herinneringen. Of we die ooit samen alsnog kunnen maken, blijft onzeker.
Voor Mandy brak in diezelfde periode een moeilijke en intensieve tijd aan. De dreiging nam in korte tijd sterk toe. Over haar missie en haar persoonlijke ervaringen schreef zij het boek Blauwe Scherven – Hoe houd je als vrouw stand in oorlogsgeweld. In dit interview gaat Bert Kleine Schaars met haar in gesprek over haar werk, de spanningen ter plaatse en de kracht die nodig is om staande te blijven in een conflictgebied.

Wanneer hoorde jij dat je mogelijk zou worden uitgezonden naar Libanon voor deelname aan Unifil?
Rond juni 2023 werd duidelijk dat ik als Military Gender Advisor en Senior National Representative zou worden uitgezonden naar de United Nations Interim Force in Lebanon (UNIFIL). Vanaf dat moment ging het snel: voorbereiden, inlezen, gesprekken voeren en mentaal schakelen naar een jaar in Zuid-Libanon. Dat voorbereiden is wel iets wat je in je eentje doet.
Wat was jouw leeftijd op het moment van vertrek?
Ik was 32 jaar toen ik eind 2023 vertrok.
Was je bekend met de eerdere inzet van Nederlanders (1979–1985)?
Ja. De Nederlandse bijdrage aan UNIFIL in de periode 1979–1985 is binnen Defensie nog steeds onderdeel van ons collectieve geheugen. Ik was me bewust van de intensiteit van die missie, de offers die zijn gebracht en de impact die dat op militairen en hun families heeft gehad. Dat besef reist met je mee.
Wat was jouw eerste indruk van Libanon als land en haar bevolking na aankomst?
Mijn eerste indruk van Libanon was de enorme gelaagdheid: een prachtig landschap met zee, bergen en dorpen, naast zichtbare littekens van eerdere conflicten. Wat me vooral raakte, was de warmte en waardigheid van de bevolking. Ondanks de economische crisis en politieke instabiliteit proefde ik trots en veerkracht.
Is die indruk nadien gewijzigd?
Verdiept, eerder dan gewijzigd. Ik zag hoe kwetsbaar de situatie werkelijk was en hoe snel veiligheid kan kantelen. Maar mijn respect voor de bevolking is alleen maar gegroeid. Je leert voorbij het nieuwsbeeld kijken en ziet mensen die proberen hun leven normaal te leven onder buitengewone omstandigheden.
Had jij een goede overdracht van je voorganger?
Gezien de al geëscaleerde veiligheidssituatie was de overdracht zo zorgvuldig en volledig als op dat moment mogelijk was. Ik had drie dagen lang een overdracht met Annelies, mijn voorganger. Een intensieve overdracht. Tegelijkertijd merk je dat de realiteit van een missiegebied zich niet volledig laat overdragen op papier of in gesprekken. Pas wanneer je er zelf staat — in de context, onder de dreiging en binnen de dynamiek van het gebied — begrijp je wat dat daadwerkelijk betekent. Dat proces moet je ook persoonlijk doormaken; het is niet iets wat je één-op-één kunt meegeven aan je opvolger.
Hoe was het om als ‘éénpitter’ met brede inzet in een multinationale omgeving te werken?
Het hoofdkwartier in Naqoura is een smeltkroes van nationaliteiten. Als enige Nederlandse officier met een dubbele rol voelde ik verantwoordelijkheid in twee richtingen: richting de VN-structuur en richting Den Haag. Werken met zoveel culturen verrijkt je enorm, maar vraagt ook diplomatie, geduld en constante afstemming.
Ik had het geluk dat er tegelijk met mij nog twee ‘eenpitters’ aan hun missie begonnen: een militair uit Estland en een uit Engeland. Je vormt dan automatisch een soort drie-eenheid die vaker met elkaar optrekt. Je vindt steun bij elkaar, zeker op momenten dat de dreiging fysiek voelbaar werd door explosies in de nabijheid. Dan verbleef je vaak langdurig samen in de bunker.

Wat merkte jij aanvankelijk van de dreiging tussen Hezbollah en Israël?
Ik arriveerde begin december 2023 en stapte direct in een situatie waarin het geweldsniveau al hoog lag. De dreiging was vanaf dag één voelbaar en structureel aanwezig in alles: in veiligheidsprocedures, bewegingsvrijheid en de manier van werken. Tegelijkertijd was de situatie in die eerste periode, ondanks het geweld, nog werkbaar binnen het mandaat en de bestaande structuren.
In de loop van 2024 nam de intensiteit en onvoorspelbaarheid verder toe. Waar het aanvankelijk nog mogelijk was om taken uit te voeren binnen duidelijke kaders, werd die ruimte steeds kleiner. De verhoogde dreiging had directe invloed op dagelijkse routines, besluitvorming en prioriteiten, en maakte het werk gaandeweg complexer en zwaarder.
Hoe veranderde jouw dagroutine en missie na escalatie?
Omdat ik direct in een al geëscaleerde situatie begon, kende mijn missie vanaf het begin een hoog spanningsniveau. In de eerste maanden was er, ondanks het geweld, nog ruimte om inhoudelijk te werken aan mijn kerntaken en relaties op te bouwen binnen het hoofdkwartier en daarbuiten.
Naarmate 2024 vorderde en de veiligheidssituatie verder verslechterde, verschoof mijn dagroutine steeds meer richting crisisbeheersing en continuïteit. De bewegingsvrijheid werd beperkter, overleg kreeg een urgenter karakter en prioriteiten kwamen nadrukkelijker te liggen bij veiligheid en afstemming. De missie werd minder planbaar en meer reactief, wat zowel professioneel als persoonlijk impact heeft.
Kon je jouw taken nog voortzetten of veranderde de opzet van je functie?
Mijn functie als Military Gender Advisor — het borgen van het genderperspectief binnen een VN-vredesmissie — is in essentie gericht op bescherming van burgers, inclusieve besluitvorming en het versterken van lokale netwerken. In een klassieke peacekeeping-setting werk je aan lange lijnen: beleid, training, advisering en het opbouwen van vertrouwen.
In een situatie waarin het geweldsniveau sterk toeneemt en een inval van Israël in Libanon plaatsvindt, verschuift de dynamiek wezenlijk. De ruimte voor structurele opbouw wordt kleiner en veiligheid krijgt logischerwijs prioriteit. Toch blijft het genderperspectief relevant, misschien zelfs urgenter, omdat juist in escalaties vrouwen, kinderen en kwetsbare groepen disproportioneel worden geraakt. De vorm veranderde dus, maar de kern van de taak niet. Door de omstandigheden waren de verbindingen met andere contactpersonen van de missie vaak slecht en verliep de communicatie moeizaam.

Wat deed de realtime berichtgeving en propaganda met jou en je thuisfront?
Waar eerdere generaties militairen relatief ‘uit beeld’ waren, speelde deze missie zich af in een tijdperk van sociale media en continue nieuwsvoorziening. Elke explosie, elke beweging, werd vrijwel direct zichtbaar — vaak geframed vanuit verschillende belangen.
Dat had impact. Niet alleen professioneel, in termen van beeldvorming en duiding, maar zeker ook privé. Mijn thuisfront kon bijna realtime volgen wat er gebeurde in Zuid-Libanon. Dat vergroot betrokkenheid, maar ook spanning. Soms zagen zij beelden eerder dan ik ze zelf volledig had kunnen plaatsen. Dat vraagt veel onderlinge communicatie en vertrouwen, wat extra lastig werd naarmate de communicatiemogelijkheden in het zuiden van Libanon grotendeels wegvielen.
Werd jouw missie verlengd door de gewijzigde omstandigheden? Wat deed dat met jou?
Mijn missie werd met een aantal weken verlengd, omdat ik simpelweg niet weg kon. De omstandigheden maakten de periode bovendien intensiever dan vooraf voorzien. De verhoogde dreiging en de continue alertheid zorgen ervoor dat tijd anders aanvoelt. Een jaar in een stabiele setting is iets anders dan een jaar in een omgeving met veel geweld. Dat vraagt veel veerkracht, maar geeft ook een scherp besef van verantwoordelijkheid.
Hoe kijk je terug op de afronding van je missie en de nazorg?
De overgang van het missiegebied naar Nederland was abrupt. Bij grotere contingenten is nazorg vaak gestructureerder ingebed. Als ‘éénpitter’ met een brede, zelfstandige functie merkte ik dat die bedding minder vanzelfsprekend is. Een echte inhoudelijke debriefing en een rustige afbouwperiode had ik anders gewild.
Ik weet dat veel UNIFIL-veteranen uit 1979–1985 dit zullen herkennen. Binnen Defensie is veel geleerd op het gebied van nazorg, maar mijn ervaring is dat kleinschalige plaatsingen soms nog tussen wal en schip kunnen vallen. Dat betekent niet dat de intentie ontbreekt, maar wel dat de impact van een missie in Libanon — ook geopolitiek — soms wordt onderschat wanneer het om kleine aantallen gaat.
Hoe is het nu met jou? Wat heeft deze missie voor jouw persoonlijke ontwikkeling betekend?
Het gaat goed met mij. De missie heeft me scherper gemaakt: in mijn professionele overtuigingen, in mijn leiderschap en in mijn mensbeeld. Ik heb ervaren hoe dun de lijn tussen stabiliteit en escalatie kan zijn en hoe belangrijk menselijkheid blijft onder druk.
Ik leef meer bij de dag en ben minder gefocust op voortdurende controle. Als ik om me heen kijk, zie ik hoe goed wij het hier hebben en hoe bevoorrecht wij zijn. Dat stemt nederig, zeker als ik denk aan de veerkracht van de Libanezen.
Persoonlijk heeft het me bewuster gemaakt van mijn grenzen, maar ook van mijn veerkracht. Terugkijkend zie ik een intens jaar dat mij heeft gevormd — niet alleen als militair, maar vooral als mens.
Interview Averlo, 24 februari 2026
Het boek van Mandy is te bestellen bij uitgeverij Prometheus voor €22,99.
https://uitgeverijprometheus.nl/boeken/blauwe-scherven-paperback/